Stressfysiologie en gedrag
Meestal schrijf ik over gevoelens van angst, schuld of schaamte en hoe dat in je lijf kan voelen (de stressfysiologie). Soms schrijf ik over gedrag.
Vandaag leg ik graag uit waarom dat zo is aan de hand van mijn eigen proces de afgelopen jaren.
Metacognitie, een van de 11 executieve functies (EF), beheerste ik maar al te goed. Tenminste, volgens mijn docenten op de PABO. “Je kunt goed reflecteren op je eigen handelen en situaties overzien.” Stond er dan bijvoorbeeld in de beoordeling van een verslag.. Ja, ik kon daar hele stukken over schrijven in de reflectieverslagen die we op de PABO regelmatig schreven. En ja, enerzijds was deze EF inderdaad goed ontwikkeld, anderzijds belemmerde hij mij enorm. Ik was zeer kritisch op mijn eigen handelen. Ik kon situaties inderdaad overzien, maar dan wel regelmatig met een gevoel van schuld, schaamte of verantwoordelijkheid. Mijn stressfysiologie zat mij dus behoorlijk in de weg om deze metacognitie goed in te kunnen zetten. Toen ik met behulp van de Brein Regie Methode deze vormen van angst geëlimineerd had, merkte ik in de maanden daarna dat mijn reflectievermogen realistischer werd. Ik heb er niet heel bewust mijn gedrag en gedachten voor veranderd. Door het verdwijnen van deze gevoelens van angst op momenten dat het niet reëel was, werd mijn reflectievermogen minder kritisch. Meer realistisch.
Een EF waar ik wél gericht mee heb geoefend om mijn gedrag aan te passen, is mijn timemanagement. Te veel in 1 dag willen proppen, was iets waar ik tegenaan bleef lopen. Mijn schuldgevoel “Je moet iets voor een ander doen”, waardoor ik veel te veel dingen deed die eigenlijk niet in mijn planning pasten, was wel verleden tijd. Nu moest ik nog de regie pakken en me niet altijd onnodig haasten. Dat vergde tijd en oefening.
Een EF waarvan ik mij in eerste instantie niet eens bewust was, was mijn doelgerichte doorzettingsvermogen. Sinds mijn traject met de Brein Regie Methode, inmiddels bijna vier jaar geleden, ben ik meer nieuwe dingen aangegaan. Waarvoor ik eerst bang was: “Dat kan ik denk ik toch niet.” Zo ben ik bijvoorbeeld kleding gaan naaien en op pianoles gegaan.
Wanneer gevoelens van angst, schuld, trots, woede of schaamte je niet meer in de weg zitten, is het echt makkelijker om gedrag en patronen te veranderen. Het in de kern aanpakken van deze stressfysiologie is dan ook de eerste stap. Daarna ontstaat er ruimte om je gedrag onder de loep te nemen.